Teken In

Betaalde Advertensie

Die volgende brief is deur die held Marthinus Oosthuizen aan M.J. Beukes, Lid van die Hooged. Volksraad, O.V.S vir die dorp Vrede geskryf aangaande die slag van Italeni. Piet Uys en sy seun Dirkie is van die mense wat tydens hierdie slag gesneuwel het.

Enon, den 19 Jannuary 1897.

Den WelEdele Heer, M. Beukes.

. Waarde Vriend.
UE. brief heb ik op dit ogenblik ontfangen. Ik was goet bekent met Commandant P.L. Uis. Ik was zame met hem op Comande tegen Mossellekats in 1837. Zijn vrouw haar geboren naam is Allida Uis. Laas was zij getrout met Andreas Spies. Nadat Uis terugkwam van Mossellekats, is hy teruggegaan na zijn trek. Ik geloof zijn trek was in de nabijheid van de zendeling Artsebel, het moet in de nabijheid wesen van Blomfontijn, daarvan is ik niet zeker. Toen is hij dadelijk na Natal getrokken, en mijn Vader was bij Martitz, en met onse terugkom van de Comando, is wij ook na Natal getrokken. Dat was in Desember 1837. Uis is in Natal ingekomen in 1838, het was na die groote moort. Op den 5 April 1838, trok uis uit met 300 man. Ik was ook een. Het was een Paarde Commando. Wij is op een Zaterdag uitgetrokken. Wij waren Zondag aan de Revier, die nuw Zondags Revier genoemt word. Wij hebt den geheele dag daar overgebleven en den Heer Carel Landman hebt Godsdiens gehouden. Maandag morgen is wij van daar door de Buffels Revier. Dinsdag avont krijg onse spioenen de Soelas Commando in gesig. Zij is dieselve nagt, omtrent een uur te Paart achteruitgegaan in die rigten van Dingaan. In den morgen namen wij de rigten naar Dingaan. Wij waren niet ver of wij zag een Comando een berg uittrek van omtrent 20 duisent man, en een ent vderder sag wij ook een Soela Commando. Wij hebt gegaan omtrent een mijl van die berg waar de Soelas optrok, toen verdeelde Uis ons in twee. Hij stelde den Heer C. Lantman aan over die eene gedeelte. De Commandanten hat uitgemaak, dat Uis moes by de hant Paarden blijven, dat was omtrent een mijl van de berg. De rede was dese: Als wij die slag verloor, en Uis kom op, dat wij weder nuwe moet souw krijgen. En den Heer H. Potgieter was Commandant over de ander 150 man, waar ik een van was. C. Lantman trok die berg uit met de 150 man. Toen hij boven was, was hij onder schoot, in den tijd van tien manuten hat hij de overwinning, en die Kaffers stroom van alle kante de berg af. Potgieter was seer kout blijf staan, aan dese zijde van een spruit. Toen breek daar omtrent tien man onder hem uit, waar ik een van was, en wij storm die Soelas, maar dat, dat was voor ons te veel, wij jmoes de rug geven. Ik stont op die regterkant, mijn maats op die linkerkant, die hat al gerittereer, toen hoor ik een de naam des Heeren aanroepen. Het was Adolph Bota, zijn Paart hat geval en leg op zijn linkerbeen, hij schop hem op zijn kruis, maar dat was vergeefs. Ik sprongde op mijn Paarte. Toen ik bij hem kwam, was de naatste Kaffer zoo na, hij moes maar steek. Ik jaag de Kaffer zoo na, dat hij moes pat geven. Zoo als ik op hem kwam, hij na Bota, en ik glij bij hem voorbij. Ik schoot hem in de volle loop de nek af, en die kruit slaat Bota zijn Paart op, en hij vlieg naar onse Comando, die was omtrent een mijl. Toen ik mijn Paart tot stilstant krijg, sak ik Kriger voor de Kaffers hart loop. Ik en mijn Neef M. Oosthuyse wij jaag na Kriger, maar wij hat geen kans om hem te redden. Mijn neef hat een schoot bokhagel op. Hij schoot die voorste Kaffer op de linkerzij, hij hat zijn part. Toen kwam Harmanis Potgieter, en hij seg aan Kriger om de paart zijn staart te vat. Toen hij weggaat, gooi de Kaffer en hij raak de Paart in zijn regter bout, toen moes wij vlugten, zoo hart wij kon. Wij jaag ons tegen een groote sloot vas. Ten laatste krijg wij tog een voetpat, vandaar drijf de Kaffers ons. Toen wij bij die hant Paarden kwam waren zij gevlugt, en toen hoor wij dat Uis vrijwilligers gevraagd hebt, om een Labuschagnie te gaan helpen, zijn Paart was vlouw. Toen riep hij vrijwilligers. Toen die van hem gaat, toen seg hij: "Kom Dirkie!" en hij jaag se na. Hij sijde dat is niet manne werk, om vrijwilligers te roepen en achter te blijven, en die Soela mag was te groot. Kriger is bij ons gevallen, Labuschagnie, 2 Uisen, 3 Malangs, 3 Nels. Commandant wert gekwest en Dirkie is ook daar vermoort. Hij krijg de gooi in zijn regterheup, de groot aar af, hij bloedde vreeslijk. Nadat hij gekwets was, val Jan Mijer zijn paart, en zijn geweer en hoet blijf daar. De Kaffers was te na. Uis het een groote Paart. Hij zeg aan Mijer, "Spring agter mij op. De Paart schopte Mijer op zijn borst; toen gaf Uis hem de stijgbeugel en hij sat achter Uis, en zij vang de Paart van Mijer. Toen is Uis nog een ent op zijn Paart gereden, toen wort hij vlouw en val van die Paart. Toen hebt die mannen hem weder op geholpen, toen val hij weder af, toen sijde hij: Laat mij maar staan, het is met mij gedaan. Toen sij hij: Houw God voor oogen, en veg voor julle land, en kijk naar mijn vrouw en kinderen.
Wat ik U verhaalt hebt van die vrijwilligers was ik niet in persoon bij. Mijn Zwager Piet Rudolph was daar bij; hij hebt mij verhaalt. Ik geloof of ik er selfs bij was. Hij was een Respeltabele man voor die waarheid. OMtrent mijn selfs. Ik schaam mij altoos om mijn daden bekent te maken. Noem Gij dat niet dapper van Uis.
In liefde noeme ik mij Uw vriend

. M.J. Oosthuyse.
Kijk niet na de vouten


Facebook