Op 13 November 1618 vind die eerste sitting van die bekende Nasionale Sinode van Dordrecht plaas. Gebruiklik word die geloofsbriewe van al die verteenwoordigers nagegaan. Nadat al die briewe van die buitelandse afgevaardiges nagegaan is, kom die Nederlandse afgevaardiges aan die beurt.

[ foto bo : afbeelding van die vergadersaal van die Sinode van Dordrecht ]
Wat opvallend is, en wat die aard en karakter van die Sinode baie sterk aandui, is die wyse waarop afgevaardiges se geloofsbriewe nagegaan is: In de geloofsbrieven van Overijsel is opgemerkt, dat hun belast werd, dat zij niet alleenlijk naar Gods Woord, maar ook naar de gelijkvormigheid des geloofs, in de Confessie [= Nederlandse Geloofsbelijdenis, Vl] en Catechismus dezer Kerken begrepen [= samengevat, Vl], zouden oordelen. Daarop, alzoo het schijnen mocht, dat ook de Confessie en Catechismus gesteld werden tot een richtsnoer om te oordelen over de waarheid der leer, en in gelijken graad, en autoriteit met het Woord Gods, zoo hebben die van Overijsel verklaard, dat zij en de broeders, die hen gezonden hadden, het eenige Woord Gods alleen erkenden voor den eenigen regel, naar welken men over de waarheid der leer moest oordelen, en dat zij ook alleenlijk naar denzelven zouden oordelen [opmaak van mij, Vl]. Doch dat dat in de geloofsbrieven ook melding gemaakt is van de Confessie en Catechismus, dat daarmee de Overijselsche broeders niet hadden willen te kennen geven, dat zij deze schriften in éénen graad van autoriteit stelden met de Heilige Schriftuur; maar alleenlijk, dat zij ze voor schriftmatig en formulieren van eenigheid in de oprechte leer hielden. Over welke eenigheid moest zoo er eenige quaestie gemaakt werd, uit deze formulieren geoordeeld worden.
Die Sinode is verder nie onduidelik oor wat hy beskou as die enigste rigsnoer nie. So word daar tydens die vierde sitting vasgestel dat: wanneer er quaestie valt [= onenigheid ontstaat, Vl] over de waarheid der leer, de Gecommitteerden zorgdragen, dat met behoorlijk en nauwkeurig onderzoek, Gods Woord alleen, en niet eenige menschelijke schriften tot een zekeren en ongetwijfelden regel der waarheid gebruikt worde. Opdat dit nu geschieden moge, en klaarlijk blijke, dat zij anders niet voor hebben, dan alleen de eere Gods, en de rust der Kerk, zullen zij zich hiertoe in deze Synode of vergadering bij eede verbinden.
Dit beteken nie dat die Sinode die Nederlandse Geloofsbelydenis as onbelangrik beskou het nie. Die Sinode gee opdrag dat die Nederlandse Geloofsbelydenis aan die Bybel getoets moet word. Tydens die 146ste sitting kom die verslag: Zijn afgevraagd de oordelen van de anderen, zoo uitheemsche als inlandsche Theologen, over de leer, in de Nederlandsche Belijdenis begrepen; en is door allen en een ieder verklaard met eenstemmige adviezen, dat zij oordeelden, dat in deze Belijdenis geen leerstuk begrepen was, 'twelk met de waarheid in de heilige Schriftuur uitgedrukt, was strijdende; maar integendeel, dat alles met dezelve waarheid, en met de Belijdenissen van andere Gereformeerde Kerken wel overeenstemde.
Dieselfde beoordeling vind plaas met betrekking tot die Heidelbergse Kategismus. Dit gebeur tydens die 148ste sitting. Ook in hierdie geval is die verslag positief: Is met eendrachtige en overeenstemmende adviezen, zoo der uitheemsche als der inlandsche Theologen verklaard, dat de leer, in den Catechismus van den Paltz begrepen, in alles met Gods Woord was overeenstemmende, en dat in denzelven niets was begrepen, 'twelk zoude schijnen, als daarmede niet overeenkomende, te moeten veranderd of verbeterd worden; en dat deze Catechismus een zeer wel gesteld kort begrip [= korte samenvatting, Vl] was der rechtzinnige Christelijke leer, zeer wijselijk in orde gebracht, niet alleenlijk naar 't begrip der teedere jonkheid, maar ook tot bekwame onderwijzing dergenen, die tot hunne jaren waren gekomen. En dat dezelve derhalve met groote stichting in de Nederlandsche Kerken mocht geleerd, en in alle manieren behoorde gehouden te worden.
Die erns waarmee die Sinode sake hanteer het is baie duidelik.
In hul werksaamhede stel hierdie Sinode die Dordtse Leerreëls op. Die Nederlandse Geloofsbelydenis word deur die Sinode aanvaar. Die Heidelbergse Kategismus word deur die Sinode hersien en goedgekeur as onderwysing in die Christelike leer. Hierdie drie skrifte word die besonderse belydenisskrifte van die gereformeerde leer.
Die Sinode gee opdrag vir die vertaling van die Skrif uit die oorsprongklike tale. Die State Generaal word gevra om mee te werk aan die besluite van die Sinode, en om die koste van die vertaling en druk te dra. Vandaar die Bybel genoem "Staten Generaal"
In 1633 is die Ou Testament gereed en die Nuwe Testament is in 1635 gereed gewees vir voorlegging. Op 17 September 1637 word die gedrukte Bybel aan die Staten Generaal oorhandig.
Apokriewe boeke
Dat die Apokriewe boeke by die Statebybel ingesluit was spruit voort uit die gebruik van die Roomse Kerk om die Apokriewe boeke by die Vulgaat in te sluit. Die mense was daaraan gewoond. Die Apokriewe boeke is mettertyd uit die Statebybel gelaat.
As gereformeerdes het elke leser die onderskeid tussen die Apokriewe boeke en Kanonieke boeke geken. Die Nederlandse Geloofsbelydenis spreek dit duidelik aan in Artikel 6.
Oor die aanvanklike insluiting van die Apokriewe boeke in die Nederlandse Statenbijbel het die Sinode van Dordrecht as volg besluit:
Dat ze van de Canonieke boeken, door een behoorlijke tusschenruimte, en door een bizonderen titel [= opschrift], onderscheiden zouden worden, waarin nadrukkelijk aangewezen werd, dat deze boeken menschelijke schriften zijn, en derhalve Apocrief. Dat ze met andere, mindere letters gedrukt worden; dat aan den kant alle plaatsen aangeteekend en wederlegd worden, die met de waarheid der Canonieke boeken zijn strijdende, en voornamelijk al degene, die de Papisten [= roomsen] tegen de Canonieke waarheid uit deze boeken voortbrengen. Dat daarbenevens de drukkers dezelve door een bizonder getal van bladzijden onderscheiden, zoodat ze ook afzonderlijk gebonden kunnen worden.
Aan hierdie opdrag is ook dan uitvoering gegee en word die Apokriewe boeke in elke Statenbybel voorafgegaan met 'n "waarskuwing aan die leser".
Sederdien neem die Nederlandse Statenbijbel 'n belangrike plek by skole en huishoudings in. Die Statenbijbel het ook bygedra tot die ontwikkeling van die geskrewe Hollandse taal. In Suid Afrika bou Jan van Riebeeck en elke leier na hom die land met die Statenbijbel in die hand.
In 1933 word die Statenbijbel in Suid Afrika vervang met die Afrikaanse vertaling van die Bybel. Lees die geskiedenis van die Afrikaanse vertaling hier.